Ik schreeuwde het uit!

Mijn relatie ging voor Mexico uit. Dit zorgde samen met mijn vermoeidheid van het harde werken en het ziek worden in Mexico, voor een dieptepunt. Ik zie mijzelf nog zitten als een hoopje pudding op het vliegveld van Toronto op weg naar huis. Jeetje wat voelde ik mij ellendig door het liefdeverdriet en mijn fysieke toestand.

Dingen moesten en zouden anders worden als ik terug was. Maar wat ging er mis dat ik op dit punt belandde?

Ik snap dat niemand mijn liefdesleven nog kan bijhouden. Mijn relatie is steeds van aan naar uit, van aan naar uit, van aan, naar nu dus uit gegaan. Zo vaak, dat ik me schaamde om er (hier) nog over te praten. Wie geloofde mij nu nog?

Oké, dat ben ik, soms wat impulsief. Waar een ander in een relatie even een korte break zou nemen, schreeuw ik meteen van de daken dat het voor altijd uit is. En dan kom ik er later achter dat ik misschien teveel vanuit emotie handelde. Ik ben en blijf een zoeker en je moet mij soms wat langer volgen om de lijn te zien.

Wie weet komen we ergens wel weer bij elkaar. Ik hou nog altijd met heel mijn hart van haar en je weet nooit hoe dingen lopen, maar nu in ieder geval even mijn eigen weg.

Er is één ding dat ik absoluut heb geleerd voor mijn volgende relaties. In werk of in de liefde. En die les zit verpakt in het volgende verhaal:

Vorig weekend deed ik mee aan een zweethutceremonie. Een experiment om mezelf beter te leren kennen.

Een zweethut is een Sjamaans ritueel waarbij je met een man of tien in je nakie in het donker gaat zitten in een koepelvormige hut, gemaakt van wilgentakken, die wordt overdekt met dekens. In het midden van de hut is een ondiepe kuil waarin gloeiend hete stenen worden gelegd, die buiten in het vuur zijn verwarmd.

Hierop wordt water gegoten, waardoor stoom ontstaat en de gevoelsmatige temperatuur in de hut stijgt. Vier rondes in totaal, waarbij je er steeds langer inzit dan prettig voelt. Misschien wel een uur per ronde en het wordt steeds warmer. Je wordt enorm met jezelf geconfronteerd. Angsten komen boven, geluk, irritaties, schaamtes, blijdschap, wat er ook maar speelt in je.

Er worden liederen gezongen, je mag iets delen, sommigen mensen kreunen en steunen van de pijn, huilen om dingen te verwerken, vechten tegen zichzelf. En sommigen laten het juist helemaal los. Nou is overgave bij mij best wel een dingetje.

Op een gegeven moment kwam er bij mij een irritatie bovendrijven en ik besloot het met de groep te delen.

‘In mijn relaties wil ik altijd een perfecte man zijn. Ik wil dat ze zich vrij voelt, dat ze zich gezien voelt, dat ze me nooit te veel of te weinig vindt, ik wil foutloos zijn. En dat perfect zijn is zoo vreselijk vermoeiend. Het lukt me niet om perfect te zijn. Soms vind ik iets wat ze doet gewoon helemaal niks of gaat het mij te ver.

Ik doe niet graag heel raar of maak vreemde geluiden, maar ik voel me op dit moment boos en dat zou ik er nu heel graag uit willen schreeuwen. En dat deed ik. Vier keer schreeuwde ik zo hard als ik kon.’

Vervolgens vroeg de begeleider aan mij: ‘Wout, fijn dat je wilt dat iemand zich helemaal goed en vrij voelt, maar hoe zit het met jouw eigen vrijheid? Hoe zit het met jouw grenzen?’

Hij had helemaal gelijk.

Ik heb mijn eigen grenzen te weinig aangegeven en bewaakt en daarmee mezelf verloren. Soms is dat ook moeilijk, omdat je niet weet waar die grens precies ligt. Toch voel je het heel vaak wel als het ergens begint te schuren. Dan moet je scherp zijn. Jezelf uitspreken en laten zien of juist terugtrekken.

Het maakt je ook duidelijk voor een andere partij. En daarmee misschien zelfs wel aantrekkelijker? Of je komt erachter dat iets gewoon niet werkt omdat jouw grens of behoefte verschilt met die van een ander.

Als je niet trouw blijft aan je eigen waarden, normen en grenzen, dan kom je jezelf vroeg of laat tegen. Waar dat dan ook is. Geen nieuwe les of inzicht misschien. Maar wel een die je volgens mij niet vaak genoeg kunt herhalen.

foto Emmily B.